De Griekse schuldencrisis heeft de wereld een stuk onoverzichtelijker gemaakt
voor beleggers. De eenvoudige tweedeling tussen staatsschulden van veilige,
westerse landen en meer risicovolle obligatieleningen van niet-westerse
landen werkt niet meer.

Want na de implosie van Griekenland, vragen velen zich af: hoe veilig zijn
Portugal en Spanje? En wat te denken van het Verenigd Koninkrijk, dat het
begrotingstekort van circa tien procent van het bruto binnenlands product
(bbp) met stevige bezuinigingen omlaag moet brengen.

Nieuwe mix
Beleggingsexperts spelen daar op in door te zoeken naar een nieuwe mix in hun
portefeuille van staatsobligaties. Zo stelde strateeg David Rolley van
vermogensbeheerder Loomis Sayles begin juli in zakenblad Forbes
dat hij traditionele zwaargewichten als Duitsland, de VS en Japan liever
mijdt.

Rolley kiest voor een mix van sterke westerse landen, zoals Zweden – zie ook deze
bijdrage
van Z24-collega Mathijs Bouman – en Canada, en staatsleningen
van opkomende landen als Mexico, Brazilië en Zuid-Korea.

Klein en solide
Deze aanpak komt sterk overeen met die van obligatiegoeroe Bill Gross van
vermogensbeheerder Pimco. Gross deelde landen begin 2010 in op basis van
twee criteria: de hoogte van de staatsschuld en de hoogte van het
begrotingstekort. In de gevarenzone zitten landen die een hoog
begrotingstekort combineren met een hoge staatsschuld – de zogenoemde Ring
of Fire
.

Maar wie zitten dan in de veilige hoek? In de grafiek van Pimco - die zich
beperkt tot ontwikkelde landen - staat het sein maar voor een paar landen op
groen: Finland, Denemarken en Australië. Landen als Noorwegen, Zweden,
Canada, Duitsland en Nederland behoren tot de middencategorie, niet gezond,
maar ook niet dramatisch. Griekenland en consorten, maar ook de VS en het
VK, bevinden zich in de gevarenzone.

Een bredere analyse van zowel ontwikkelde als opkomende landen, kwam eerder
dit jaar van analisten van Deutsche Bank. Op basis van de groeiperspectieven
voor de economie en noodzakelijke bezuinigingen in de komende tien jaar,
acht Deutsche Bank de staatschulden van Australië, Mexico, Zuid-Korea,
Zwitserland, Denemarken en Zweden zonder meer draagbaar. Zie de grafiek: Landen
met lage schulden
.

Brazilië en Canada moeten wat harder werken om de overheidsfinanciën op orde
te krijgen. De VS en Duitsland blijven de komende jaren kampen met relatief
hoge overheidsschulden.

Veilige havens
Kijk je naar wat er het afgelopen half jaar feitelijk is gebeurd op de markt
voor toonaangevende staatsleningen, dan blijkt inderdaad dat onder meer
Mexico, Zweden, Denemarken en Zwitserland hebben geprofiteerd van lagere
marktrentes - en dus hogere koersen - voor hun tienjarige staatsleningen.
Maar dat geldt ook voor de economische trekpaarden Duitsland en de Verenigde
Staten. Zie de grafiek: Staatsobligaties:
veilige haven?
.

Het economisch beleid van Duitsland en de VS loopt flink uiteen - president
Obama wil de economie blijven stimuleren, bondskanselier Merkel bereidt
Duitsland voor op forse bezuinigingen. Maar voor het vertrouwen van
financiële markten maakte dat de afgelopen maanden niet veel uit. Zowel
Duitsland als de VS kunnen nog bogen op hun status van 'veilige haven' voor
obligatiebeleggers.

Beleggen in staatsleningen van kleinere landen, met lage en/of dalende
schulden kan dus gunstig uitpakken, maar is niet zaligmakend. Daarbij moeten
obligatiebeleggers altijd twee risico's in de gaten blijven houden:
wisselkoersschommelingen en de inflatie.

Inflatie en wisselkoers
Wie geld steekt in staatsleningen van niet-eurolanden, loopt in principe een
valutarisico. Bij de keuze van een reeks kleinere landen met een eigen munt
is het dus opletten geblazen: wat doen wisselkoersschommelingen met de
waarde van je belegging?

Algemener punt is dat obligatiebeleggers baat hebben bij stabiele of dalende
rentes. Steekt inflatie daarentegen de kop op dan daalt de koopkracht van
geld, en stijgen de rentetarieven. Dat pakt ongunstig uit voor de waarde van
obligatieleningen, of ze nu van zwakke of sterke landen zijn.

Economen zijn er nog niet uit of de honderden miljarden dollars en euro's die
centrale banken hebben ingezet om het banksysteem en de economie in bredere
zin te steunen, tot meer inflatie zullen leiden. Ook beleggers die kiezen
voor landen met sterke overheidsfinanciën, moeten daar op bedacht zijn.

Lees ook:

Sell in May... Een goed idee?

De zeven grootste beleggerszonden

Verdienen aan angst: het kan

Hoe kan ik speculeren op de valutamarkt?

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl